Amfibieën en reptielen ontwaken massaal in de Drentsche Aa
Met de plotseling hogere temperaturen komt in het Drentsche Aa‑gebied de jaarlijkse voorjaarsactiviteit op gang. Amfibieën en reptielen verlaten hun winterrust en worden weer zichtbaar in poelen, beekdalen en op de heide. Dit meldt Staatsbosbeheer.
Dieren komen tevoorschijn na de winter
Kikkers, padden, salamanders, hagedissen en slangen overwinteren op beschutte plekken, variërend van modderige poelen tot droge holtes in de heide. Zodra het warmer wordt, zoeken ze zon en voedsel. In het beekdal trekken bruine kikkers en gewone padden vroeg in het seizoen naar hun voortplantingswater. De heikikker valt daarbij op doordat mannetjes tijdelijk felblauw kleuren. Ook de beschermde kamsalamander wordt weer actief in grotere, plant‑rijke poelen.
Drentsche Aa als geschikt leefgebied
Het gebied biedt een combinatie van natte graslanden, kronkelende beken en poelen, waardoor veel soorten hier goed gedijen. De provincie Drenthe en het ministerie van LVVN hebben extra poelen laten aanleggen om leefgebieden beter met elkaar te verbinden en migratie te vergemakkelijken.
Reptielen warmen zich op in de heide
Op de heide profiteren reptielen van zonnige plekken. De levendbarende hagedis en de adder worden op warme dagen zichtbaar wanneer ze hun lichaamstemperatuur op peil brengen. In het vroege voorjaar zijn deze dieren nog traag en daardoor makkelijker te zien.
Kwetsbare periode voor veel soorten
De eerste weken na de winterslaap zijn cruciaal. Amfibieën moeten vaak wegen oversteken om bij hun voortplantingswater te komen en zijn afhankelijk van schone, stabiele poelen. Reptielen hebben rust en een structuurrijke heide nodig. Verstoring, verdroging en het verdwijnen van schuilplaatsen maken deze periode extra kwetsbaar.
De variatie in het landschap — natte en droge plekken, zon en schaduw — bepaalt in hoge mate of deze soorten succesvol aan hun voorjaarsseizoen kunnen beginnen.